De gewone Slangster heeft een duidelijk relatief klein en rond lichaam. Rondom deze centrale schijf heeft de Slangster 5 dunne armen. Met behulp van deze dunne armen kan de Slangster zich relatief snel verplaatsen op zoek naar kleine bodemdieren en organisch afval. De armen van de Slangster zijn opgebouwd uit dunne ringen met kleine uitsteeksels aan de zijkant De kleur van de Slangster kan varieren van oranje-rood tot grijsbruin. De daadwerkelijke kleur van de Slangster is afhankelijk van de ondergrond waar hij op leeft. Slangsterren leven bij voorkeur op zacht substraat zoals zand of slibbodems. Overdag zullen ze veelal ingegraven in het zand liggen. ís Nachts zijn ze over het algemeen wat actiever.
In de zomer plant de slangster zich voort. Uit de bevruchte eicel groeien larfjes die in eerste instantie in het water rondzwemmen. Na verloop van tijd vestigen deze larfjes zich op een geschikte ondergrond en groeien uit tot jonge slangsterretjes. Na 3 jaar zijn de slangsterren geslachtsrijp en na ongeveer 6 jaar zullen ze weer overlijden.
Een slangster heeft geen ogen, maar toch kan hij de omgeving visueel waarnemen. Net onder de huid van zijn armen zitten lichtgevoelige zenuwcellen met daarboven minuscule lensjes van calciet-kristallen dien het licht kunnen bundelen. Op deze wijze zijn ze in staat zich te orienteren ten opzichte van lichte en donkere plekken in de omgeving.






.jpg)


