In Nederland komen een aantal verschillende pijlinktvissen voor: de dwergpijlinktvis en een of twee grotere Pijlinktvissen. Aangezien deze dieren erg schuw zijn en daardoor ook zeer moeilijk uit elkaar te houden zijn zullen wij de beschrijving van de pijlinktvis redelijk algemeen houden.
De dwergpijlinktvis blijft met zoín 15 cm vrij klein. De grotere pijlinktvissen worden groter; in Nederland worden ze echter niet groter dan zo'n 50 centimeter, exclusief de koptentakels.
De pijlinktvis heeft een zeer puntig, torpedovormig lichaam. De dieren hebben verder twee driehoekige lichaamsvinnen die vanaf het midden van het achterlichaam tot aan het achtereinde lopen. Deze vinnen dienen als stabilisatie. Verder hebben ze 10 koptentakels, waarvan er twee verlengbaar zijn en voorzien van zuignappen. Ze hebben opvallend grote ogen.
Net als andere inktvissen kunnen ze bij gevaar razendsnel wegschieten door middel van een waterstraal. De kleuren van een pijlinktvis kan zeer sterk verschillen, van zandkleurig tot donkerrood. Welke kleur ze hebben is afhankelijk van de kleur van de ondergrond en de stress van het beest.
Over het algemeen leeft de pijlinktvis op grote diepte, uitsluitend voor het afzetten van eieren komen ze naar ondieper water toe. De voortplanting vindt plaats met behulp van een speciaal daarvoor aangepaste arm. Deze arm wordt door het mannetje tijdens een omstrengeling in de mantelholte van het vrouwtje ingebracht. Via een zaadgroef worden de spermatoforen ingebracht. Na deze bevruchting worden de lichtgekleurde langwerpige eitjes in trossen opgehangen. Na het leggen van de eieren sterven de ouders.






.jpg)


