De familie van de Heremietkreeften (Anomura) bestaat uit dieren die een beetje tussen de families van de kreeften en de krabben in zit. Vandaar dat ze ook nog wel eens Heremietkrabben worden genoemd.
Er zijn verschillende soorten Heremietkreeften, in Nederland komt de Gewone Heremietkreeft het meeste voor.
Heremietkreeften hebben een week achterlijf. Dit in tegenstelling tot andere kreeftachtigen, waarbij het gehele lijf wordt beschermd door een uitwendig skelet. Om hun lichaam toch te beschermen gebruikt de Heremietkreeft verlaten slakkenhuizen als pantser. Hij verbergt zijn weke achterlichaam in bijvoorbeeld een alikruik; de kop, de looppoten en de stevige scharen steken vervolgens uit de opening. Als de Heremietkreeft groeit heeft hij een probleem; het huisje dat hij op de zeebodem heeft gevonden groeit niet mee; dus wordt het zaak om op zoek te gaan naar een groter slakkenhuis; bijvoorbeeld dat van een Wulk. Opvallend is dat als er niet genoeg grote slakkenhuizen te vinden zijn de Heremietkreeft ook niet groter groeit. Met andere woorden de maat van zijn huis is zeker van invloed op de grootte die de Heremietkreeft kan bereiken.
Vaak wordt het huisje van een Heremietkreeft gedeeld met een borstelworm. Deze borstelworm zorgt ervoor dat het huisje van binnen lekker schoon blijft. Als dank voor het schoonmaken kan hij de restjes van de maaltijd van de kreeft opeten.
Het huisje van de Heremietkreeft ziet er aan de buitenkant vaak begroeid uit. Veelal heeft hij zeepokken, zeerasp of parasitaire anemoontjes op zijn huisje zitten. Ook hierbij is weer sprake van wederzijds voordeel. Doordat de zeerasp en de anemoontjes netelcellen bevatten is hij enigszins beschermd tegen indringers. Doordat de Heremietkreeft zich door het water beweegt zijn de bewoners op het dak weer verzekerd van vers water met natuurlijk weer nieuw plankton.
Als de kust veilig is zal de Heremietkreeft zich bewegen dankzij zijn 2 voorste looppoten. Zijn achterste poten zijn veel kleiner en dienen eigenlijk alleen om zijn huisje vast te houden. De rechter schaar van de Heremietkreeft is groter dan de linker; bij gevaar gebruikt hij deze grote schaar om zijn huis te sluiten.
Voor de Heremietkreeft zijn er twee momenten dat hij zijn kwetsbare achterlichaam moet bloot geven. Het eerste moment is het moment van verhuizing. Het tweede moment is tijdens de paring. Als zij een geschikte parings-kandidaat hebben gevonden verlaten zij voor een periode van nog geen minuut hun beschermende huisje voor de paring. Hierna zullen ze weer razendsnel teruggaan in het huisje.
De eitjes worden door het vrouwtje binnenshuis meegedragen. Zodra ze uitkomen dienen zij het ouderlijk huis te verlaten en vermengen ze zich tussen het plankton tot ze groot genoeg zijn om zelf weer een huisje te gaan zoeken.






.jpg)


