Als je deze naaktslak onderwater tegenkomt zul je hem vrijwel direct herkennen. Het lichaam van het Blauwtipje kenmerkt zich door een groot aantal breed uitlopende uitsteeksels op de rug. Het zijn vrijwel doorzichtige “stekels”, papillen genaamd; met een blauw/witte top.
Binnen in deze papillen is een donkerbruine streep te zien die zich aan het einde in tweÎen splitst. Deze donkere draad is onderdeel van de spijsverteringsklier. In het midden van de rug zitten geen papillen, wel zitten hier wat witte vlekjes. Op de kop zit een merkwaardig langwerpig “kruintje” aanwezig.
Het blauwtipje is in de Oosterschelde te vinden vanaf de laagwaterlijn tot een meter of 20.
De paaitijd van de blauwtipje valt in de periode juli/december. Dit betekent ook dat je in deze periode de eiersnoeren te vinden zijn. Deze eiersnoeren hebben een vrij karakteristiek uiterlijk. Het zijn kronkelig gewonden snoeren met eieren in groepjes. Het lijkt eigenlijk een beetje op een kettingsnoer. Deze eitjes worden meestal tussen de mosdiertjes-kolonies waar het blauwtipje van leeft afgezet.
Het Blauwtipje kan tot 75 mm lang worden. In Nederland worden ze veelal niet groter dan ongeveer 40 mm; maar je kunt ze ook veel kleiner tegenkomen. Een reden om goed te kijken dus!






.jpg)


