Supermodel

De volgende dag duiken we op Tigerbeach. De naam doet vermoeden dat er een strand is, maar dat is er in de verste verte niet te bekennen. Tijdens de hele expeditie hebben we maar één keer een eiland gezien en dat was bovendien onbewoond. Van expedities met haaien en dolfijnen, zonnebaden op bounty stranden of luieren onder de palmbomen is tijdens deze reis dus geen sprake. We duiken nabij Tigerbeach op een zanderige bodem die, afhankelijk van het tij, tussen de drie en vijf meter diep ligt. Wat wel klopt aan de naam is de hoeveelheid tijgerhaaien. Het is hier een komen en gaan. De huishaai, die de naam Emma kreeg, komt ook langs. Emma is zes meter lang en wordt een supermodel genoemd. Sierlijk zwemt ze tussen ons door en het lijkt alsof ze zich nog mooier maakt wanneer iemand een foto van haar wil maken.

Tussen twee duiken door wordt voorgesteld om te gaan lemonsnappen. De tien gasten aan boord kijken met verbaasde ogen naar de kapitein. Wat is dit nu weer? De bemanning lokt de haaien met aas naar de achterkant van de boot. De citroenhaaien die erop afkomen, happen nieuwsgierig naar de vis. Wij staan op het platform aan de achterkant van de boot staan en houden de camera onderwater of half onderwater. De citroenhaaien openen hun bek en dan is het de kunst om op het juiste moment de foto te nemen. De moeilijkheid is dat je niet door je zoeker kunt kijken omdat je zelf niet onderwater bent. Het gaat zo snel dat je op goed geluk moet afdrukken. Een kwestie van de camera op continu zetten! En als de haai in de buurt is, moet je het maximale aantal foto’s zien te maken. Het valt overigens niet mee om op een schommelende boot met happende haaien ter hoogte van je eigen voeten foto’s te maken. De adrenaline giert door mijn lijf. Maar er kan niets gebeuren, wordt ons verzekerd. Op een gegeven moment hoor ik een harde klap en besef dat een citroenhaai de domeport van mijn onderwaterhuis heeft geraakt. Gelukkig is de poort van acryl gemaakt en zit er - ter herinneringslechts een flinke put in. De foto die ikwilde, heb ik geschoten!

Tijdens het laatste deel van de expeditie gaan we op zoek naar de grote hamerhaai en stierenhaai. De grote hamerhaai schijnt erg schuw te zijn en laat zich niet zomaar zien. We varen naar The End of the Map. We duiken op een zandbodem op 23 meter diepte. Wanneer we afdalen zien we de eerste stierenhaaien al onder ons zwemmen. Ze zijn goed te herkennen aan hun gespierde lijf. Ook de tijgerhaaien ontbreken niet. Eén exemplaar is erg nieuwsgierig en zwemt recht op me af. Ik voel mijn hart in mijn keel bonken. Hij zwemt met zijn neus tegen de poort van mijn camera. Ik draai mee in zijn richting, tot driemaal om mijn as, mèt een tijgerhaai aan mijn poort. Wanneer hij weg is, seint Abernethy dat ik prima heb gehandeld. Tijd om bij te komen, heb ik niet. Ik hoor iemand onder water iets heel hard schreeuwen. Het is raar om iemand door zijn ademautomaat te horen roepen, maar volgens mij roept hij ‘hammerhead’... Wanneer ik me omdraai zie ik ‘mijn’ eerste grote hamerhaai! Hij zwemt anders dan alle andere haaien die ik tot nu toe heb gezien. De beweging komt vanuit zijn kop en het lijf beweegt er dan achteraan. Ik ben enorm onder de indruk. De grote hamerhaai stond altijd hoog op mijn verlanglijstje. Later die dag hangen we achter de boot in het blauw op drie meter diepte en drie hamerhaaien komen om en om bij ons kijken. Wanneer je je adem inhoudt, benaderen ze je tot redelijk dichtbij maar wanneer je één beweging maakt, zijn ze net zo snel weer weg als dat ze gekomen zijn. Omdat de hamerhaaien net onder de oppervlakte zwemmen, hoeven we ons om decompressie niet zoveel zorgen te maken. We duiken in twee groepen en wisselen elkaar om het uur af. Omdat we zoveel mogelijk willen genieten van deze prachtige dieren duiken we door tot zonsondergang. Wanneer het te donker wordt om te fotograferen, realiseren we ons dat deze spannende maar zeer bijzondere expeditie helaas voorbij is.