Onder water in dit prachtige tropische land zien we alleen maar zand. Waar zijn we nu weer terecht gekomen? Geen kleurige riffen, geen prachtige koraaltuinen; nee, we zien hier zand, saai kleurloos zand. Dit is niet wat we ons hadden voorgesteld van het duiken in de tropen. Maar na het horen van goede verhalen gaan we toch twijfelen; zou duiken op zand dan toch de moeite waard kunnen zijn? We besluiten op onze gids te vertrouwen en gaan te water. Gelukkig zou de komende weken blijken dat er in en op dit zand een bijzondere hoeveelheid dieren leeft. Het enige wat je moet leren is goed kijken. Volg de gids en ervaar dat er een enorme hoeveelheid leven op het zand aanwezig is.
Het leven onder water kenmerkt zich grotendeels als eten en gegeten worden. Het vinden van een geschikte schuilplaats helpt bij het kunnen overleven. Nu hebben de dieren op een zandbodem niet echt de beschikking over veel schuilplaatsen. Zonder een andere vorm van bescherming zou dit betekenen dat ze snel ten prooi zouden vallen. Hiervoor heeft elk dier zijn eigen oplossing gevonden.
Een aantal dieren heeft zijn toevlucht gezocht in het zand zelf. Ze gebruiken het zand als schuilplaats; sommigen permanent en anderen alleen bij dreigend gevaar.
Zo kwamen we tijdens een van onze duiken een klein visje tegen. Deze scheermeslipvis leek in eerste instantie meer op een blaadje onder water. Toch was er iets dat onze aandacht trok; dit kon toch geen blaadje zijn? Dichterbij was het duidelijk te zien; we hadden een klein visje gevonden. Voordat wij het visje goed konden bekijken was hij ineens verdwenen. Waarheen was onduidelijk. Later in de duik kwamen we nog een aantal van deze vissen tegen. Het bijzondere gedrag van deze vis werd al snel duidelijk. Om zich te beschermen doet hij in eerste instantie of hij een blad is. Maar kom je te dichtbij dan schiet hij pijlsnel het zand in; om zich vervolgens geruime tijd schuil te houden.
Slang-alen zoeken hun bescherming in het zand. De Napoleon of Clown slangaal en de zand slangaal kun je regelmatig aantreffen op zandbodems. Het zijn lange slangachtige vissen. Helaas zul je dat vrijwel niet te zien krijgen.
Over het algemeen zie je van de slang-aal uitsluitend zijn kop. De rest van zijn lichaam zit veilig in het zand verborgen. Heb je geluk kun je deze aal vrij zwemmen tegenkomen. Maar je zult zien dat zodra hij gevaar voelt hij razendsnel zijn “staart” het zand in steekt. In korte tijd is behalve zijn kop niets meer zichtbaar. Bijzonder aan dit dier is verder zijn samenleving met garnaaltjes. De garnalen fungeren als schoonmaker voor deze slang-aal.
Een bijzondere ontmoeting hadden we met de reptiel slangaal. Ook deze slang-aal weet zich goed te verbergen tussen het zand; als je hem eenmaal gevonden hebt valt de rode kleur en zijn opvallende bolle ogen op.
Ook de bidsprinkhaankreeft kan de zandbodem gebruiken als schuilplaats. Zwemmend over de bodem vallen ze niet snel op. Alleen de ogen steken uit het zand; de rest van het lichaam houdt hij veilig verborgen in zijn holletje. Doordat de bidsprinkhaankreeft zich zo goed weet te verbergen heb je echt een gids nodig om hem te kunnen vinden. Heb je zelf wat meer ervaring opgedaan met duiken op het zand kun je ze wellicht ook zelf gaan vinden.
De bidsprinkhaankreeft wacht in zijn holletje rustig af totdat er een prooi voorbij komt. Dan slaat hij razendsnel toe. Hij schiet met zijn scharen razendsnel op de prooi af. Ook voor de fotograaf kan de bidsprinkhaankreeft gevaarlijk zijn.
De kracht die hij in zijn scharen heeft is zo groot dat hij met gemak het frontglas van de camera kan laten springen. Oppassen geblazen dus. Af en toe kun je een loslopende bidsprinkhaankreeft tegen komen. Tijdens een van onze duiken troffen wij ook nog een loslopende bidsprinkhaankreeft aan. Eindelijk konden we eens zien hoe prachtig dit dier er uit ziet.
Krabbetjes en garnalen zijn ook meester in het verstoppen in het zand. Krabbetjes lopen regelmatig los over de zandbodem op zoek naar voedsel. Maar bij de minste bedreiging, bijvoorbeeld van een duiker, duiken ze snel het zand in. Jammer want op deze wijze zijn de prachtig gekleurde scharen niet meer zichtbaar.
Dit kleine garnaaltje dacht zich te kunnen verbergen voor het oplettende oog van onze gids. Met ogen van een paar millimeter zou het ook niet zo moeilijk zijn er voorbij te zwemmen. Even later kwamen we een zelfde garnaaltje vrij zwemmend tegen. Eindelijk kregen we de kans het diertje helemaal te zien. Maar helaas niet voor lang. Zodra hij ons doorhad schoot hij weer snel terug het zand in.
Vissen zoals deze diagonale symbiosegrondel weten allerlei schuilplaatsen te vinden in het zand. Ze zorgen voor een diep, rond gat waar ze zich kunnen verschuilen.
Voor ons als duikers natuurlijk erg vervelend. Zolang zij zich schuilhouden lijkt het of we op een “saaie” zandbodem duiken. En dat terwijl er zoveel prachtige dieren verstopt zitten in het zand. Neem eens de tijd om te zoeken naar deze verborgen schatten en vol de lokale duikgids; deze is over het algemeen specialist in het vinden van deze bijzondere dieren.
Onder water zijn er ook dieren die een andere methode gebruiken om zich op deze zandbodem te beschermen. Neem bijvoorbeeld platvissen. De “angler flathish”en de zeetong zijn veel voorkomende platvissen in tropisch water. In de loop der jaren hebben zij de kleur van hun lichaam aangepast aan het zand. Zolang hij rustig op de bodem ligt valt hij helemaal niet op. Zijn ogen steken wel een klein beetje uit; maar als je nietsvermoedend rondzwemt zul je niet eens doorhebben dat er een vis ligt. Pas als je te dicht bij komt schiet hij ineens onder je vandaan. 
De jonge zeetongen hebben zich nog niet aangepast aan de kleur van het zand. Toch valt ook dit witte platvisje niet echt op. Maar dat heeft hij voornamelijk aan zijn grootte te danken. Deze witte jonge sole was een kleine 2 centimeter lang. Zolang ze stil op de bodem liggen lijken het meer kleine schelpjes.
Hagedisvissen liggen stil op de bodem te wachten tot er een prooi voorbij komt. Dankzij de tekening op zijn lijf valt hij op het zand bijna niet op. Zeker niet als hij zich ook nog half in het zand ingraaft. Voor ons als duiker zijn ze lastig te zien. Maar ook voor andere vissen zit hij blijkbaar te goed verborgen. Aan de kaken van deze hagedisvis was niet meer te ontkomen.
Door hun bruine zandkleurige lijf leven zeenaalden een redelijk verscholen leven. Ze zweven vlak boven het zand en proberen zich schuil te houden tussen alles wat ze tegenkomen. Behalve dun en zandkleurig is deze zeenaald bijzonder met de franje’s op zijn kop. Heb je geluk dan kun je een zeenaald aantreffen met een buidel vol eitjes.
Een andere bodembewoner die zijn voorkeur heeft voor zanderige ondergronden is de Dwerg vleugelpaardvis. Deze vis met zijn typisch gevormde spitse snuit lijkt wel over de bodem te lopen. Zijn brede zij-vinnen gebruikt hij daarnaast om meer snelheid te kunnen maken.
Op een zandbodem kun je echt van alles doen om niet op te vallen. Je kunt een holletje maken om je in te verstoppen of je kunt ervoor zorgen dat je bijna dezelfde kleur hebt. Er zijn ook beesten die zich daar veel minder mee bezig houden.
Nee; zij zorgen ervoor dat ze niet meer op zichzelf lijken maar op blaadjes etc. weer andere dieren zorgen ervoor dat ze er gewoon niet lekker uitzien.
Neem bijvoorbeeld deze Kaketoe voorhoofdsvinvis. Deze donkerbruine vis valt op zich wel op op een lichtere zandbodem. Maar toch lijkt het in eerste instantie niet alsof er een vis op de bodem zit. Hij beweegt zich als een blad onder water. Langzaam wiegt hij met de stroming heen en weer om slechts af en toe een stukje te verplaatsen.
Ook spookfluitvissen proberen op de zandbodem vooral niet op zichzelf te lijken. Deze zeegras spookfluitvissen leven vaak op de rand van de zandbodem en het zeegras. In ondiep water laten ze zich net als het zeegras in de buurt door de stroming voor en achteruit voeren.
Ondanks hun fel groene kleur kun je je sterk vergissen in deze beesten. Denk je een spookfluitvis te zien is het toch weer een stukje zeegras.
Af en toe hebben zeegras spookfluitvissen een meer bruine of witte kleur. Ze zweven door het water met hun kop naar beneden en doen uitermate goed hun best om voor al niet op een vis te lijken. Daarnaast valt hun kleur vaak weg op de zandbodem. Daar waar ze wel opvallen tegen de achtergrond denk je weer eerder aan een blaadje dan aan een vis.
Deze huisjesslak lijkt zich geen zorgen te maken op te vallen op het zand. De schelp heeft een crèmeachtige kleur met bovenop een bruine laag met crème stippen. De schelp is erg onregelmatig van vorm. Zoals veel huisjes slakken vertrouwen ze op hun schelp voor de nodige bescherming. Verder verplaatsen ze zich gewoon rustig over de zandbodem. 
Heremietkreeften gebruiken vervolgens de lege schelpen van deze huisjesslakken weer. Zonder huis lijken het wel heel kwetsbare dieren. Zodra de schelp te klein is zal hij op zoek gaan naar een grotere om zijn leven in te vervolgen. Heremietkreeften zoals deze zijn vrij algemeen aanwezig over de hele wereld; dus ook op tropische zandbodems.
Tot slot zijn inktvissen ook indrukwekkende bewoners van de tropische zandbodems. Het prachtige kleurenspel op het lijf maakt ze altijd een genot om naar te kijken. Dankzij hun vermogen om zich aan de kleur van de ondergrond aan te passen is het soms wel even zoeken. Zodra ze zich verplaatsen verraden ze hun plek en krijgen wij de mogelijkheid ze te zien. Eenmaal gevonden blijft er maar één opdracht over: Genieten!
Duiken op een zandbodem lijkt in eerste instantie een oersaaie aangelegenheid te worden. Door goed te leren kijken zul je tussen al die zandkorrels een schat aan bijzondere levensvormen aantreffen. Neem een goede gids mee onder water en laat je verrassen.
Je kunt deze bestemming boeken bij | Dit artikel is gemaakt in samenwerking met |
Verhalen die refereren naar dezelfde biologische soorten | |
De foto's in dit verhaal zijn gemaakt door |