Jellyfish Lake is een unieke plaats op de wereld. Het is een zout water meer dat jaren geleden werd afgesloten van de zee. De dieren die in dit meer opgesloten werden hebben zich in de loop van de tijd aangepast aan de veranderde leefomgeving. Het gevolg hiervan is: een meer boordevol met kwallen die niet meer kunnen steken. Snorkelen tussen duizenden, miljoenen kwallen is echt een aparte ervaring. Het lijkt wel alsof je op een andere planeet bent.
De Rock Islands zijn het gezicht van Palau. De karakteristieke groene bolletjes in een mooie blauwe zee blijven bij veel bezoekers nog lang in het geheugen staan. De eilandjes herbergen meer dan 70 mysterieuze zeemeren. Het water in deze meren is zout en dat is best een vreemde ervaring. Je verwacht zoet water als je in een meer stapt. Een aantal meren staat door getijdenbeweging nog steeds in verbinding met zee. Met hoog water komt vers water het meer in.
Andere meren hebben geen echte verbinding met de zee meer. Toch blijft het water zout doordat er zout water door de broze kalkstenen rotswand heen sijpelt. In deze meren is een apart ecosysteem ontstaan. De organismen die in deze meren leven zijn oorspronkelijk afkomstig vanuit zee. In de meren ontbreken echter de natuurlijke vijanden en voedselbronnen van deze dieren. Hierdoor hebben verschillende organismen zich moeten aanpassen aan het leven in zo’n meer.
Het beroemdste zout water meer van Palau is Jellyfish Lake. Dit meer heeft geen open verbinding met zee. Vers water kan alleen via door kalkstenen rotswand in het meer komen.
Het bijzondere van dit meer wordt eigenlijk al verklapt door zijn naam. Jellyfish Lake is een van de weinige meren op de wereld waar een grote hoeveelheid kwallen leeft. En niet zomaar kwallen. Deze kwallen hebben zich in de loop der tijd zodanig aangepast aan hun omgeving dat ze niet meer kunnen steken.
Een bezoek aan Jellyfish Lake begint met een steile klim. Je legt met een boot aan bij een netjes aangelegde steiger. En dan begint de klim naar de top van de rots. En je raad het al, boven aangekomen volgt een even zo steile afdaling. Gelukkig is de weg afgezet met een touw zodat je redelijk veilig bij het meer aankomt. Beneden aan de rand van het meer is voor ons comfort een steiger aangelegd. Als je het geluk hebt op een rustig moment aan te komen wordt je overweldigd door een indrukwekkende rust. Helaas kan het erg druk zijn bij Jellyfish Lake. Doordat het zo’n bijzonder bestemming is wordt het regelmatig door boten vanuit Koror ,de hoofdstad van Palau, bezocht. Een optocht van Japanners, Chinezen of Taiwanezen door het water is geen uitzondering.
Op de steiger staat een informatiebord die de bezoekers informeert over de bijzondere dieren in het meer. Voor bezoekers gelden een aantal spelregels. Zo is het niet toegestaan de kwallen beet te pakken of uit het water te tillen. Er wordt aangeraden om zo min mogelijk beweging met de vinnen te maken. De tere kwallen raken namelijk gemakkelijk beschadigd. Eén vinslag kan er al voor zorgen dat het beest in tweeën ligt.
Drukte of niet, snorkelen door Jellyfish Lake is een belevenis. Na een klein stukje snorkelen zie je de eerste kwallen al verschijnen. Zwem je een stuk verder dan worden het er steeds meer. Uiteindelijk zwem je tussen duizenden, miljoenen kwallen. De “Mastigias” kwallen leven samen met een klein aantal oorkwallen al eeuwen in dit meer. Doordat in het meer geen vijanden zijn voor de kwallen hebben de kwallen geen noodzaak meer om te steken. Zij hebben deze eigenschap dan ook verloren.
Voor de levenswijze van de kwallen hadden de omstandigheden in het meer veel gevolgen. In open zee “jagen” kwallen op kleine plankton dieren. Het jagen gebeurt met behulp van de netelcellen van de kwal. Nadat de kwallen in het meer opgesloten kwamen te zitten hadden ze een probleem. Er is hier niet genoeg plankton om van te leven.
Veel andere dieren zouden hierdoor allang zijn uitgestorven. Maar niet deze bijzondere kwallen. Zij ontwikkelden een creatieve methode om zich te voeden.
De Mastigias kwal heeft net als harde koralen en doopvontschelpen een bepaald soort algen in zijn weefsels. Deze algen zijn met behulp van fotosynthese in staat om zonlicht om te zetten in suikers. De kwallen produceren vervolgens een enzym dat ervoor zorgt dat de algen deze waardevolle voedingsbronnen vrijgeven.
Om ervoor te zorgen dat de algen voldoende voedingsmiddelen aan kunnen maken vindt dagelijks een heel ritueel plaats. ‘s Nachts bevinden de kwallen zich in het westen van het meer. Ze bewegen zich van ondiep naar iets dieper water. Niet te diep, want op diepte is het water zuurstofloos en giftig. Op de grens van het zuurstofrijke en zuurstofarme deel bevinden zich veel voedingsstoffen die de algen nodig hebben. De algen nemen deze voedingsstoffen ‘s nachts in hun vezels op.
De kwallen lijken ‘s nachts in alle richtingen te zwemmen zonder een echte bestemming. Tegen de ochtend verandert dit abrupt. Rond 6 uur ‘s morgens als de zon opkomt, beginnen de kwallen zich meer naar de oppervlakte van het water te bewegen. Hiermee reageren ze op het toenemende licht. Zodra het zonlicht het meer daadwerkelijk gaat verlichten bewegen de kwallen zich met de zonnestralen mee. Ze zwemmen weg van de schaduw in het westen en gaan met de zon mee naar het oosten. Dankzij dit zonlicht kunnen de algen de ‘s nachts opgenomen voedingsstoffen omzetten in voedsel voor de kwallen. Gedurende de hele dag verplaatsen de kwallen zich van het westen naar het oosten van het meer. Op het oog hebben ze geen echt doel. Dan weer zwemmen ze wat ondieper, dan gaan ze weer naar iets dieper water. Ze blijven zo de gehele dag midden in het zonnige deel van het meer zwemmen. Dit maakt het ook gemakkelijk om de kwallen in het meer te vinden. Vanaf de steiger zwem je gewoon naar een stuk waar de zon volledig op het water staat. Daar zie je gegarandeerd miljoenen kwallen.
Aan het eind van de middag wordt het weer langzaam aan donker in het meer. Eerst komt het oostelijke deel van het meer in de schaduw te liggen. Reagerend op de donker wordende omgeving verplaatsen de kwallen zich naar het westen. Daar zijn immers nog wat zonnestralen te vinden. Rond een uur of vier zijn alle kwallen verdwenen uit het oostelijke deel van het meer. Zij hebben zich weer verzameld in het westelijke deel van het meer, genietend van de laatste zonnestralen. Zodra de zon ondergaat verandert de beweging van de kwallen weer. Zwommen ze overdag vooral in horizontale richting achter de zon aan. Na zonsondergang gaan ze weer een verticale zwembeweging maken. Ze zwemmen weer naar dieper water. De algen krijgen weer de gelegenheid om de nodige voedingsstoffen voor de volgende dag op te nemen.
We kunnen wel concluderen dat de Mastigias kwallen in de loop der jaren een fascinerende evolutie hebben doorgemaakt. Jaren geleden waren de kwallen actieve jagers die met hun verdovende netelcellen jaagden op kleine diertjes in het water. Vandaag de dag zijn het eigenlijk een soort boeren. Ze kweken de algen op in hun eigen weefsels en halen hier weer hun voeding uit.
De zwemrichting van de kwallen heeft nog een ander doel. Het geeft hen de beste bescherming tegen de enige vijand die nog wel in het meer leeft, de anemoon. De anemonen leven aan de randen van het meer, tegen het mangrove bos aan. Doordat ze met de zon mee zwemmen, van west naar oost, hebben ze een goede garantie dat de randen van het meer in de schaduw blijven liggen. De zon moet immers eerst over de omliggende bomenrij heen schijnen. De anemonen staan hierdoor in het donkere schaduwrijke stuk van het water. Als de kwallen ervoor zouden kiezen om in het westen te blijven hebben ze deze bescherming niet. De zon schijnt hier in de middag echt tot en met de randen van het meer. Zonder schaduwrand om hen te waarschuwen lopen de kwallen meer gevaar om ten prooi te vallen aan een van de anemonen.
Hoewel de kwallen de belangrijkste attractie zijn van Jellyfish Lake heeft het daarnaast ook nog andere mooie dingen te bieden. Als je bij de steiger het water in stapt zie direct al de pyama kardinaalsbaarsjes zwemmen.
Aan de randen van het meer staan een grote hoeveelheid bomen. Deze staan als het ware met de wortels in het water. Hierdoor ontstaat een mangrovebos dat weer onderdak biedt aan een aantal dieren. Snorkelend langs deze mangroven zie je mosselen, die aan de randen bijna groen van kleur zijn. Er staan mooie witte anemonen, te wachten op een verdwaalde kwal om op te eten. Ook kun je op verschillende plaatsen sponzen tegenkomen.
Hoe kom je bij Jellyfish Lake:
Jellyfish Lake ligt midden in de Rock Islands van Palau op het Eil Malk eiland. Om er te komen kun je het beste een snorkeltrip boeken bij een van de duikscholen in Palau. Vanaf Koror is het ongeveer een half uur varen naar Jellyfish Lake. Duikspullen hoef je hier niet mee te nemen. Er mag alleen gesnorkeld worden in het meer. Op diepte is het water van Jellyfish Lake giftig. Duiken is hierdoor onmogelijk.
Invloed van El Nino op Jellyfish Lake:
Wellicht kun je het verschijnsel van El Nino in 1998 nog herinneren. Satellietbeelden lieten zien dat een grote hoeveelheid warm water zich verplaatste van Peru naar de Filippijnen, door India en nog veel verder. Er werden getijdenstromen gesignaleerd die veel hoger waren dan normaal. De temperatuur van het oceaanwater liep op tot zo’n 35 graden. Er waren in het gebied rond Palau lange tijd geen wolken, geen wind en daardoor ook geen neerslag. Gedurende 9 maanden in 1998 was er een enorme droogte. De droogte en de gestegen watertemperatuur had in heel Palau verregaande gevolgen. Bomen gingen dood, koraal stierf af etc.
Ook in Jellyfish Lake waren de gevolgen duidelijk merkbaar. Door de droogte en het feit dat er maandenlang geen wolkje voor de zon te vinden was steeg de watertemperatuur in het meer. Naar mate de temperatuur van het meer steeg gingen de algen steeds meer suikers en proteïnen produceren. Dankzij het warme water en de uitbundige hoeveelheid zon ging de fotosynthese simpel weg veel sneller. Dit betekende enerzijds meer voedingstoffen in het water, maar het betekende ook een stijging van het zuurstofgehalte van het water.
Door de hoge zuurstofwaardes in het water werden de kwallen als het ware vergiftigd. In een poging te overleven hadden de kwallen eigenlijk maar één optie: het verwijderen van de algen uit hun systeem. Helaas waren ze in de afgelopen jaren voor 100% afhankelijk geworden van de voedselvoorziening van de algen. Toen de algen afgestoten waren stierven de kwallen. Tegen het einde van El Nino waren er geen kwallen meer te vinden in Jellyfish Lake.
Er was nog één hoop voor de kwallen. De kwallen hebben hun oorsprong in een kleine a-sexuele larvefase, genoemd scyphistoma. Deze larven leven als soort anemoontjes op de bodem van het meer. De vraag was alleen of deze larven het warme water hadden overleefd. In november 1998 begon de watertemperatuur van het meer te zakken naar een normale aarde van zo’n 30 graden. De scyphistoma begonnen vanaf de modder waar ze nog leefden heel kleine kwalletjes te produceren. Ze vermenigvuldigden zich razendsnel. Ongeveer 3 jaar later waren er in het meer weer honderd duizenden kwallen in het meer. Het aantal leek weer hersteld tot op de oorspronkelijke hoeveelheid.
De gebeurtenissen tijdens El Nino laten wel zien hoe kwetsbaar de natuur is. De mens zal er alles aan moeten doen om dergelijke verschijnselen in de toekomst te voorkomen. Onze kinderen moeten immers ook van de natuur kunnen genieten.
Je kunt deze bestemming boeken bij | Dit artikel is gemaakt in samenwerking met |
Andere verhalen in de buurt van deze locatie | Verhalen die refereren naar dezelfde biologische soorten |
De foto's in dit verhaal zijn gemaakt door |
Algemene informatie
| Informatie op andere websites
|