“Magic touch” op de Filipijnen

Auteur: 
Linda Engels
Fotograaf: 
Karin Brussaard

Heel soms kom je op plek waar het lijkt alsof het door een “magic touch” is aangeraakt. Waar alles tot in de kleinste details klopt. En waar ook het onderwaterleven betoverend mooi is. Dit is het geval bij Magic Island op het eiland Cebu, Filipijnen.

De Filipijnen, een groot eilandenrijk in Azië is vernoemd naar Philip II, koning van Spanje ten tijde van de verovering door de Spanjaarden. Na een overheersing van ruim 300 jaar wordt het eilandrijk overgedragen aan de Verenigde Staten vanwege een oorlog tussen deze landen die eigenlijk de zeggenschap over Cuba betrof. De Filipijnen zijn dan al bekeerd door de Spanjaarden en voor het overgrote deel katholiek. De Spanjaarden hebben veel Spaanse woorden achtergelaten, maar Spaans wordt niet de voertaal. Ook de Amerikanen kunnen hun taal niet doordrukken, maar Engels wordt wel de tweede taal van het land. In deze smeltkroes hebben zich Aziatische en Westerse talen en tradities met elkaar vermengd en het resultaat is een land waar toeristen van harte welkom zijn en vriendelijk worden bejegend.

Op het eiland Cebu verblijven we bij Magic Island Dive Resort en duiken met de bijbehorende duikschool. Resort en duikschool worden gerund door de Nederlanders Arie Hoogendoorn en Desirée Pullens. Het resort ligt aan de westzijde van Cebu, op een schiereiland nabij het dorpje Moalboal. De Filipijnse levendigheid met tricycles, straatverkoop van allerhande geurende etenswaren en een heuse arena voor het hanenvechten ligt op loopafstand. Het is zeker geen “polsbandjesresort” want rondwandelen en eten in het dorp is een “must do”. De bevolking is bepaald niet rijk, maar wel oprecht vriendelijk tegen toeristen. Er wordt niet gebedeld en men is ook niet uit op fooien. Iets in hun levensstijl maakt dat de inwoners van Cebu gelukkig zijn met wat ze hebben en geen eindeloos materialisme nastreven. Daar kan menig westerling een voorbeeld aan nemen. Twee dingen typeren Magic Island. Allereerst de gemoedelijke sfeer. Er komen relatief veel Nederlanders naar dit plekje wat mede te danken is aan de mond op mond reclame van gasten. Tevens komen vele Nederlandse gasten meerdere malen terug naar deze plek. Maar vooral het uitstekende eten is, naast de sterke verhalen over duiken, het gesprek van de dag. Het is bijna onmogelijk om tijdens een verblijf af te vallen want daarmee zou je het personeel, en de kok Fred in het bijzonder, mee beledigen. Om op gewicht te blijven is er slechts één remedie en dat is veel duiken. Dat is dan ook geen zware opgave. Iedere ochtend varen de twee duikboten uit naar een van 25 duikstekken in de omgeving. Na de eerste duik wordt er naar een strand gevaren. De leukste manier om de oppervlakteinterval door te brengen is door een bezoek te brengen aan de karaokebar op het strand. De bemanning van de boot en de plaatselijke bevolking zijn dol op karaoke en het assortiment aan liedjes is bijna onuitputtelijk. En zelfs als je niet kunt zingen krijg je na afloop een warm applaus van alle aanwezigen. Het draait duidelijk om de inzet en het plezier.

De eerste dag willen wij het rustig aandoen en maken daarom een duik op het huisrif. Hier zijn soms pygmeezeepaardjes te vinden en daar willen we wel naar op zoek gaan. Wij volgen de gids naar een diepte van rond de 25 meter waar meerdere gorgonen zijn. Na enig zoekwerk wenkt hij ons dichterbij te komen. Hoewel ik weet dat deze zeepaardjes nog geen halve centimeter groot zijn moeten mijn ogen duidelijk wennen aan zulke kleine beestjes. De gids is gelukkig geduldig wijst het zeepaardje nog een keer aan. Het is een zwanger mannetje. Een paar minuten later daagt het vrouwtje op. Direct wordt duidelijk hoe vreselijk zwanger het mannetje wel niet is. Zijn buikomvang is zeker vijf keer zo groot als die van het vrouwtje. Het mannetje benadert voor mijn ogen het vrouwtje, maar zij wil niets van hem weten. Arrogant draait ze van hem weg en zoekt weer een ander plekje in de gorgoon. Alle duikstekken, met uitzonder van Pescador Island, liggen langs het schiereiland waarop we verblijven. Langs de volledige lengte hiervan loopt een wand steil naar beneden. Alleen in het uiterste noorden zijn enkele duikstekken die wat glooiender verlopen. Toch zijn er zeker wel verschillen te ontdekken tussen de diverse duikstekken. Op de ene plek groeit bijvoorbeeld veel zacht koraal terwijl op een andere plek de gorgonen, die ver uit de wand uitsteken, de overhand hebben. Het rif is in zeer goede staat. Er is hier nooit met dynamiet gevist en dat vertaalt zich in een rif dat overal onaangetast is. Verder wordt er niet geankerd. Per duik betaalt iedere duiker 100 pesos )ongeveer 1,50 euro aan het toeristenbureau van Moalboal. Met de opbrengsten hiervan zijn boeien geplaatst waaraan de duikboten zich vast kunnen maken om de duikers veilig overboord en weer aan boord te krijgen. Als er stroming staat duik je gewoon van de ene boei naar de andere. Moalboal is niet de plek om grote vis te bewonderen. Wie voor deze bestemming kiest doet er beter aan een onderwaterloep mee te nemen. Het is onvoorstelbaar wat voor kleine en bijzondere beestjes de gidsen aan wijzen. Uit het blaaskoraal komen oerangoetangkrabbetjes en garnalen te voorschijn. In de anemonen wonen niet alleen anemoonvissen maar vaak ook porseleinkrabben. Op zweepkoraal worden grondeltjes van enkele millimeters grootte aangewezen. In de sponzen worden meerdere malen hengelaarsvissen gevonden. Vaak zitten we zo met onze neus tegen de wand aangeplakt dat we een voorbijzwemmende schildpad niet eens opmerken!

Kleur in de nacht

De enige duikstek die niet langs het schiereiland ligt is Pescador, een eilandje dat midden in de zeestraat tussen Cebu en Negros ligt. Aan het rifdak is te zien dat het midden op zee soms flink kan spoken. Op het rifdak is het harde koraal flink kapot geslagen door de golven. Eenmaal onder de vijf meter zie je daar overigens niks meer van. Daar is de wand begroeid met harde koralen, sponzen, waaiers en zachte koralen. Hoe kleurrijk het is wordt bij een nachtduik pas echt duidelijk. Het begint met de cupcorals die openstaan en hun felgele tentakels laten zien. Een aparte combinatie uit de roze kokers. Ook de donkergroene cupcorals, die kolonievormend zijn, staan helemaal open en tonen hun wat lichtere groenkleurige tentakels. Op een diepte van 15 meter verandert de hoofdzakelijk geelgekleurde wand in een kleurenpracht die ik nooit eerder heb gezien. Hier staan de zachte koralen volledig open en deinen op de lichte stroming mee. Rood, roze, paars, blauw, geel: zover als mijn lamplicht schijnt dansen deze kleuren voor mijn ogen. In het donker verlaten ook veel dieren hun schuilplaats in het rif. Ik zie veel meer koraalduivels dan overdag en op de wand kruipen allerhande grote krabben en garnalen rond. Sommige krabben zijn fraai gedecoreerd met een anemoon waardoor je goed moet kijken om de krab onder de wandelende anemoon te ontdekken. Andere vissen liggen juist te slapen en laten zich op het gemak bekijken. Ineens zie ik een schildpad in een inham in het rif liggen. Hoewel ik hem langzaam benader en niet met mijn lamp in zijn ogen schijn, heb ik hem in zijn nachtrust verstoord. Hij kijkt me een beetje chagrijnig aan en zwemt dan weg, op zoek naar een plekje waar hij zijn slaap kan voorzetten. De hengelaarsvis die we overdag al hadden gezien zit nog steeds in dezelfde spons en laat zich rustig bekijken en ik vraag me af of dit beest altijd wakker is. Het uur vliegt veel te snel voorbij en op de boot probeert iedereen het hoogste te woord te voeren om de geweldige duikervaring onder woorden te brengen.



Javascript is required to view this map.
Geographical data provided by GeoNames